Moeilijk-weg-te-werpen-mode

By

Kledingstukken die ik pas na lang bewaren weggooide. Waarom bleven ze kleven?

Iemand die berekeningen maakte, zei ooit dat er in de gemiddelde kledingkast 173 kledingstukken hangen. En dat er daarvan gemiddeld 50 meer dan een jaar niet gedragen zijn. Dit was nog voor AliExpress, de cijfers zullen ondertussen wel weer anders zijn. Maar diegene had mijn kastinhoud kunnen turven tot een aantal waar je van opkijkt.

Waar moet ik beginnen? Er waren onhandige aankopen. Tops waar nooit een matchende bottom bij kwam. Truien die net teveel kriebelden, ook al had ik dat van tevoren kunnen weten. Sommige dingen die mooi genoeg zijn, weten mij te overtuigen dat ze magisch zullen passen.

Er hing kleding waarvan het wegdoen mijn zwaktes zou bevestigen. Toch te excentriek gebleken artsy dresses. Ongedragen ‘koopjes’ die ik zonder kortingslabel vast had laten hangen. Bijenkorf-aanbiedingen waarvan ik achteraf ontdekte dat ze niet in de was mogen. Dat zou verboden moeten worden.

De Zak van Max zou een schuldbekentenis geweest zijn. ‘Zie je wel! Jij kunt niet met geld omgaan – wat zeg ik? Vrouwen kunnen als het erop aankomt nooit bij hun verstand!’

In allerlei hoekjes lag kleding ‘voor het geval dat’. Een broek met verfspatten, voor het geval ik nog eens bij iemand ga schilderen. Tangoschoenen voor het geval een knappe Argentijn mij op een dansvloer wil sleuren. Oncomfortabele sokken voor het geval ik vijftig dagen vergeet de was te doen.

Sommige kleding werpt mij nog dagelijks strenge blikken toe. Te strakke rokken die mij een ga-naar-de-sportschool-spiegel voorhouden. Doe ik ze weg, dan geef ik me gewonnen aan mijn koekjeslichaam.

Er waren ook verouderde modellen die mijn liefdeloze behandeling niet verdienden. Mooie jurken die minder aantrekkelijk werden toen er jongere concurrenten verschenen. Kleding die niet oud genoeg was om weg te doen, en niet nieuw genoeg om nog hartgrondig te willen dragen.

Er is kleding waar teveel herinneringen aan kleefden, zoals de door mijn moeder gemaakte galajurken uit mijn tienerjaren. Treurigst zijn de aankopen voor toekomstige gebeurtenissen. Glitterjurken voor feestjes die nooit kwamen.

Vaak stapelde dit alles zich jaren op, tot mijn ergernis om volle kasten het won. Dan deed ik de boel in vuilniszakken (als ik eenmaal op dreef ben gaat dat verrassend goed). Die woonden dan nog een jaar in kelders of hoekjes van mijn veel te kleine huizen. Voor het geval dat. Een paar stukken werden er een volgend seizoen weer uitgegrist, en dan pas geloofde ik werkelijk dat ik met de overgebleven inhoud nooit meer iets zou willen.

Zo lang ik kleding niet wegdoe, bestaat er een kans dat ik gewoon zuinig op mijn spullen ben. Dan kan geen toornig hoger wezen roepen: Jij, zondaar, kunt niet verantwoord leven. Je kunt niet eens de juiste maat pakken. Dankzij jou persoonlijk gaat mijn milieu naar de gallemiezen.

Het moeilijkst om in de container te stoppen waren vaak niet de draden, maar de dromen. Alsof ik aan alle vrouwen die ik ooit had willen worden zomaar een einde maakte. Veel van wat ik kocht, onthulde iets over de potentie die ik misschien nooit waarmaakte, maar toch in mezelf voelde.

Dit blog is een begraafplaats voor kleding en modeaccessoires die ik moeilijk kon laten sterven. Veel ligt inmiddels hopelijk andermans kasten, maar waarschijnlijk te rotten op torenhoge vuilnisbelten. Dat spijt me voor de aarde. In dit hoekje van het internet mogen ze nog een laatste uurtje doorglitteren.

Posted In ,

Leave a comment